
Een verstandig man zegt diepzinnige dingen; de bron van wijsheid voedt een beek,
die nooit droog valt. (Spreuken 18:4)
De woorden van een rechtvaardige zijn een bemoediging, maar goddelozen worden door hun eigen onrecht tot zwijgen gebracht. (Spreuken 10:11)
De lessen van een wijze zijn een bron van leven en helpen dodelijke vallen te ontlopen. (Spreuken 13:14)
Het verstand van goede leermeesters is een bron van leven, maar de lessen van de dwazen leiden naar de dood. (Spreuken 16:22)
Het hart van een verstandig man is een onuitputtelijk reservoir van wijsheid; wie verstandig is, tracht van hem te leren. (Spreuken 20:5)
Een boom kent men aan zijn vruchten. Aan een goede boom komen goede vruchten en aan een slechte boom slechte. Stelletje sluwe slangen! Hoe kunnen slechte kerels als u iets goeds zeggen? Want waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dat een goed mens vol goedheid is, blijkt uit wat hij zegt. Onthoud dit: Op de dag van het grote oordeel zult u zich moeten verantwoorden voor ieder slecht woord dat u hebt gezegd. Uw lot hangt af van uw woorden. Of u wordt erdoor vrijgesproken. Of u wordt erdoor veroordeeld. (Mattheüs 12:33-37)
Maar wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Dat water zal in hem als een fontein worden, waaruit eeuwig leven voortkomt. (Johannes 4:14)
Als u dorst hebt, kom dan bij Mij om te drinken. Er staat geschreven dat stromen van levend water uit uw binnenste zullen komen als u in Mij gelooft. (Johannes 7:38)
Laat uw hart vol zijn van Christus’ woord. Zijn woorden zullen uw leven verrijken en u wijsheid geven. Leer ze aan elkaar, wijs elkaar ermee terecht en zing erover in Psalmen, lofgezangen en geestelijke liederen. Zing zo met een dankbaar hart voor de Here. (Colossenzen 3:16)
Wees in uw spreken vriendelijk en verstandig en zorg ervoor dat u iedereen een goed antwoord geeft. (Colossenzen 4:6)
Ik wil wijze dingen zeggen en u vertellen wat van oudsher nog een geheim was.
Wat wij weten, hebben wij van onze ouders gehoord. Zij vertelden het ons.
Wij vertellen het weer door aan ons nageslacht, kinderen en kleinkinderen.
Wij vertellen hun over de grote daden van de Here, over Zijn kracht en over de wonderen die Hij heeft gedaan. (Psalmen 78:2-4)
Kleinkinderen zijn voor grootouders de kroon op hun leven, kinderen zijn trots op hun voorouders. (Spreuken 17:6)


